Arie de Bruin (1 juni 2022)

Voorwoord "Bondgenoten in de suiker (2 van 2)"

“Het roode boekje”

In 1919 eindigde voor S.C.J. Heerma van Voss een lange carrière in de suikerindustrie. Precies 50 jaar had hij leidinggegeven aan de suikerfabriek bij Leur. In die jaren had hij tevens allerlei andere functies binnen deze industrietak, ook binnen samenwerkingsverbanden. Die begonnen al in 1870 en duurden voort tot 1919, toen hij – zakelijk gezien – afscheid nam van zijn bondgenoten.

Diverse verenigingen en andere vormen van samenwerken komen aan bod in deze publicatie. Uiteraard worden deze veelal ook genoemd in de delen van “Suiker: de basis voor vliegen” (in deel 2), maar daar wordt er niet uitgebreid op ingegaan. Niet alle vormen van samenwerking in de top van de suikerindustrie werden een succes. Zo sneuvelde een idee van Heerma van Voss in 1898 al voordat het op gang was gekomen. Het meeste “plezier” beleefde hij waarschijnlijk aan de “Vereeniging van Beetwortelsuikerfabrikanten”.

Rond 1900 kwamen nieuwe sociale wetten in beeld, waarmee de suikerfabrikanten te maken kregen. Het leverde nieuwe bestuurlijke functies op voor Heerma van Voss. Zo was hij in 1902 medeoprichter van de “Onderlinge Omslag Risico-Vereeniging van Beetwortelsuikerfabrikanten” en werd hij commissaris van de bij deze vereniging behorende “Centrale Werkgevers Risico-Bank”. De “N.V. Zuid-Nederlandsche Melasse-Spiritusfabriek” in Bergen op Zoom is ook een fraai voorbeeld van een samenwerkingsverband tussen suikerfabrikanten; hierover is een aparte publicatie gemaakt: “De Spiritus” (in deel 4). Andere (extra) taken in en vanwege de suikerindustrie worden toegelicht in onder meer “Tegen Suikerwetten en een opstel” (in deel 2) en “Ander (suiker-)werk” (in deel 4).

Onder het boek staan icoontjes, om acties uit te voeren. Eén van de icoontjes geeft een handig overzicht van de inhoud van het boek.

naar boven

Laat een antwoord achter